Home
Nieuws
Woord v.d. Pastoor
Priester Penne
Opname in de kerk
Dopen
Communie
Vormsel
Huwelijk
Jubilea
Uitvaart
Boete & verzoening
Ziek zijn
Maria
Links
Contactinformatie

Priester Penne

U bent bezoeker 275025 .

Woord van de Pastoor

Wegkijken

Een verhaal uit de media wat veel mensen zal bijblijven is het pestverhaal van Kayleigh uit Tielt: http://www.gva.be/nieuws/binnenland/aid1199181/gepest-meisje-deelt-filmpje-op-facebook.aspx  Aan het station van Roeselare zit de dertienjarige Kayleigh op de grond te wachten op de bus. Een groepje medeleerlingen gaan rond haar staan en treiteren haar. Ze wordt geschopt, aan de haren getrokken, geslagen in het gezicht en op het hoofd. Het meisje blijft zitten en de pesters worden steeds agressiever.  Ondertussen wordt het hele gebeuren ook gefilmd en de pesters zetten het filmpje later nog eens op Youtube, trots als ze zijn op hun prestatie. Er is al veel gezegd en geschreven over deze gebeurtenis. Een ding valt me op als ik de beelden nog eens bekijk: er lopen daar aan dat busstation veel mensen rond maar niemand komt tussen, niemand neemt het op voor het meisje wat daar zo belaagd wordt. Het filmpje met de pesterijen duurde 4 minuten. Al die tijd hebben mensen toegekeken of weggekeken maar in elk geval het kwaad laten geschieden. Ik vraag me daarbij wel af: wat zou ik gedaan hebben op dat moment ?


 


Het deed me denken aan de parabel van de barmhartige Samaritaan. Het bekende verhaal wat Jezus vertelt in het tiende hoofdstuk van het Lucasevangelie. De eerste verzen van het verhaal luiden: “Op reis van Jeruzalem naar Jericho viel iemand in handen van rovers. Ze schudden hem uit, mishandelden hem en lieten hem halfdood achter. Toevallig kwam er een priester langs die weg; hij zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Ook een Leviet die voorbijkwam en hem zag, liep in een boog om hem heen. Toen kwam er een Samaritaan langs die op reis was; hij zag hem en was ten diepste met hem begaan. Hij ging naar hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze. Toen zette hij hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een herberg, waar hij hem verder verzorgde.” We vinden die parabel allemaal heel mooi maar we moeten er ook iets mee doen. Als een mens in nood is, dan is er nooit een reden om niet te helpen. Die priester en die leviet hadden misschien haast om in de tempel te zijn of wilden zich niet verontreinigen aan die bloedende man maar dat kan nooit een reden zijn om die mens in nood niet te helpen. Welke reden zouden die toekijkende en wegkijkende mensen nu verzinnen om goed te praten dat ze het gepeste meisje niet geholpen hebben ? Kenden ze het meisje niet of wilden ze er zich liever niet mee bemoeien of waren ze bang dat ze ook in de brokken zouden delen en ook slaag zouden krijgen ? De man uit het evangelie wordt geholpen door een Samaritaan, een vijand, een vreemde. Als iemand in nood is, mogen er geen grenzen zijn en kunnen we nooit een reden hebben om weg te kijken. Met die boodschap eindigt ook de parabel van de barmhartige Samaritaan. Jezus stelt daar de vraag: “Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’” (Lucas, 10,36-37)


 


Laten we die opdracht van Jezus ook serieus nemen en als christenen nooit wegkijken van wat een medemens kleineert, wie hij of zij ook is, door ons gekend of niet.


 


Gods Zegen, uw priester en pastoor A. Penne


www.priesterpenne.be


 


BIJ DE KLOK VAN BEVER: http://www.editiepajot.com/regios/4/articles/26645