Home
Nieuws
Woord v.d. Pastoor
Priester Penne
Opname in de kerk
Dopen
Communie
Vormsel
Huwelijk
Jubilea
Uitvaart
Boete & verzoening
Ziek zijn
Maria
Links
Contactinformatie

Priester Penne

U bent bezoeker 281314 .

Woord van de Pastoor

Engelen komen...

Op het einde van elke kerkelijke uitvaart zingen we het “In Paradisum”. In dat gezang bidt de Kerk dat de engelen de overledene naar het Paradijs mogen geleiden. Je zingt dat zo dikwijls en het klinkt op den duur zo gewoon. Deze week klonk bij een uitvaart het “In Paradisum” anders dan anders vanwege het verhaal van de overledene.
Deze week overleed hier Thea, een hoogbejaarde vrouw, eenennegentig jaar oud, een diepgelovige vrouw, sterk met God verbonden in het gebed en de Sacramenten. Toen ik haar vorige week de Sacramenten der Zieken toediende, vroeg ik haar hoe ze zich de dood voorstelde. Ze sprak me haar geloof uit dat ze naar God ging en dat ze geloofde dat ze bij God zou gebracht worden door haar engelen, door de door haar gedoopte kindjes. In haar jonge jaren was ze verpleegkundige geweest in Amsterdam. Daar had ze in veel gezinnen gewerkt. Daar was ze ook aanwezig geweest bij talloze bevallingen. De jaren dertig, veertig en vijftig was een tijd waarin er nog veel kindjes stierven bij of kort na de geboorte. Ze kende het kerkelijk voorschrift dat in nood iedereen mag en moet dopen. In de loop der jaren had ze tientallen kleintjes nog gedoopt voor ze waren gestorven. In de paar minuten of de korte tijd dat die kleintjes hadden geleefd, had zij water genomen en gezegd: “Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”. Ze geloofde nu oprecht dat die kleintjes mede door haar kordaat handelen zeker in Gods Liefde en Barmhartigheid waren thuisgekomen en dat die kinderen haar nu als engelen zouden tegemoet komen, nu ze ook die weg naar de Eeuwigheid moest gaan. Het was voor deze vrouw een sterke overtuiging en het beeld wat ze had van wat we ons eigenlijk zo moeilijk kunnen voorstellen en wat de kern van ons geloof is: dat we na dit leven mogen binnengaan in het Eeuwige Leven.

Het getuigenis en het diepe geloof van deze vrouw liet me over enkele dingen nadenken, gedachten die ik wil delen.
Er is de noodzaak van het Doopsel om bij Jezus te horen. Gedoopt zijn is niet iets vrijblijvends als je in Jezus gelooft. De Heer zelf zegt: “Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld.” (Marcus 16,16) We moeten niet te lang na de geboorte wachten om kinderen te laten dopen. Zeker als kinderen in enig stervensgevaar zijn moeten we het Doopsel niet uitstellen. Als het heel dringend is en we kunnen niet op een priester of diaken wachten, dan mag en moet ook in deze tijd elk water nemen en de doopwoorden uitspreken. Anderzijds is het toch ook goed te zeggen dat ik geloof dat Gods grote Liefde en Barmhartigheid er is voor die kinderen die voor hun geboorte zijn overleden of onverwacht voor het geplande doopsel zijn overleden. Er is een tijd geweest dat men zich afvroeg of deze kinderen wel bij God konden zijn. Daar mogen we van overtuigd zijn: God draagt zorg voor hen en bewaart hen. Zoals Thea er van overtuigd was dat die kleintjes haar zouden tegemoet komen, zo mogen we ook van hen overtuigd zijn dat we ze eens zullen zien wanneer ook wij naar de Overkant bij de Heer gaan.

Gods Zegen, uw priester en pastoor A. Penne.