Home
Woord v.d. Pastoor
Priester Penne
Opname in de kerk
Dopen
Communie
Vormsel
Huwelijk
Jubilea
Uitvaart
Boete & verzoening
Ziek zijn
Maria
Links
Contactinformatie

Priester Penne

U bent bezoeker 273953 .

Nieuws > Parochienieuws Kortrijk-Dutsel

SINT-CATHARINA
KORTRIJK-DUTSEL

zondag 8 juli
09.00 u: Eucharistieviering
Intenties:
1e jaargetijde voor Frans Vanlangendonck
Leonie Peeters (zijn echtgenote)
Arthur Vanlangendonck
Clementine Schrevens en Frans Nijs

zondag 15 juli
09.00 u: Eucharistieviering
Intenties:
1e jaargetijde Luc Meys
Alfons Grammet

zondag 22 juli
09.00 u: Eucharistieviering
Intentie:
1e jaargetijde François Caes

zondag 29 juli
09.00 u: Eucharistieviering
Intenties:
Elza Meynaerts
Maria Vets en Petrus Thuys

zondag 5 augustus
09.00 u: Eucharistieviering
Intentie:
Liza Van Horebeek

COMMUNIE AAN HUIS
Ter gelegenheid van Maria Ten Hemelopneming brengt pastoraal werkster Godelieve Nys op donderdag 9 augustus de communie bij zieke en bejaarde medeparochianen in Kortrijk-Dutsel en Sint-Pieters-Rode. U mag haar verwachten tussen 9.00 en 12.00 uur. Wie omwille van ziekte en/of leeftijd graag de communie aan huis ontvangt, neemt best even contact op met: Godelieve Nys, pastoraal werkster, tel: 016 62 13 85.



MET OKRA NAAR DOORNIK
De gewestdaguitstap van OKRA 55+ naar Doornik (Tournai) op dinsdag 12 juni begon prima. Iedereen die zich ingeschreven had, was tijdig present, in Holsbeek, Sint-Pieters-Rode, Kortrijk-Dutsel en Nieuwrode.
Onderweg richting Brussel leidde men ons met een korte bezinningstekst door het begin van onze rit, die toch wel erg lang duurde. Er was file zover men kon kijken en zodoende waren we veel later op onze afspraak en moesten onze gidsen hun uitleg erg inkorten.
Doornik is een stad met bijna 70 000 inwoners, in het westen van de provincie Henegouwen en gelegen aan de Schelde die de stad letterlijk doormidden snijdt. Mede door dat belang telde Doornik ooit zelfs twee stadsomwallingen. We liepen langs het "Musée des Beaux-Arts”. Op de Grote Markt gaf onze gids uitleg over de Lakenhalle, het Belfort, de Sint Kwintenskerk.

Ook het bronzen standbeeld van Christine Lalaing trok onze belangstelling. Zij was de echtgenote van Peter van Melun, de stadhouder van Doornik in de 16e eeuw. In afwezigheid van haar echtgenoot voerde zij het bevel over de verdediging van de stad tijdens het Beleg van Doornik tegen de prins van Parma, Alexander Farnese. Als bleek dat een ontzetting niet mogelijk was, mocht ze van Parma de stad verlaten met al haar bezittingen. Daarbij ontving zij zulke daverende toejuichingen, dat het meer leek dat zij overwinnaar was, dan verliezer.

De prachtige Onze-Lieve-Vrouwkathedraal met de vijf klokkentorens vroeg om meer uitleg. Jammer dat hij nu in de steigers staat, maar je kan zien dat dit werelderfgoed is.

Het middagmaal werd ons geserveerd in restaurant " l' Impératrice": een aperitief, stoofvlees met frietjes en als dessert een sorbet met vodka. Dank je wel, kelners, voor de vlotte bediening. Daarna kregen we de kans om met een autotrein door de straten van de stad te rijden en zo naar vele gebouwen te kijken.
Terug in het restaurant kregen we nog sandwiches opgediend. En het stuk cake, dat we in de voormiddag wegens tijdsgebrek gemist hadden, maakte dit avondmaal en de fijne dag tot een gezellig einde.
Vrij vlot reden we terug naar onze respectievelijke afdelingen.
(Irène vdb)

INSCHRIJVEN VOOR HET VORMSEL 2019
Onlangs was er een inschrijvingsavond voor het Vormsel 2019. Op dit moment zijn er 31 kinderen, geboren in 2007, ingeschreven. 7 voor Sint-Pieters-Rode, 11 voor Holsbeek Sint-Maurus en 12 voor Nieuwrode. Voor Kortrijk-Dutsel is er nog maar 1 inschrijving; indien er hier niet een paar bijkomen, dan zal de vormselvoorbereiding in het komende jaar vanzelfsprekend niet in Kortrijk-Dutsel doorgaan en zal de kandidaat aansluiten bij een van de andere parochies.
Begin september gaan we op weg naar het Vormsel en tot dan kan men nog inschrijven. Spreek jongeren die geboren zijn in 2007 – en hun ouders - aan op hun keuze voor het Vormsel!
Inschrijven kan nog bij Godelieve Nys, godelieve.nys@gmail.com.

OPEN KERKENDAGEN
Tijdens het eerste weekend van juni waren er Open Kerkendagen. Ook de kerken uit onze parochiefederatie namen daaraan deel.
In Holsbeek Sint-Maurus kwamen er op zondagnamiddag een veertigtal bezoekers over de vloer, die niet alleen het kerkgebouw konden bezoeken, maar ook foto’s en deskundige uitleg kregen van Jos Libotton over de vernielingen van o.a. de kerk door een vliegende bom op 28 december 1944 en de plaatsing van het Heilig Hartbeeld in 1927.

De kerk van Kortrijk-Dutsel werd op zaterdag en zondag door in het totaal ongeveer 65 à 70 mensen bezocht; de Sint-Lambertuskerk van Nieuwrode kreeg op zondag 22 mensen over de vloer.

In Sint-Pieters-Rode kwamen 37 mensen ’s ochtends luisteren naar het aperitiefconcert door het Spectrumensemble; na de middag kwamen nog 15 à 20 mensen een kijkje nemen in de kerk.

UITZENDINGEN OP RADIO MARIA VANUIT HOLSBEEK
Sinds begin september vorig jaar worden de Missen op dinsdag- en vrijdagmorgen om 9.00 uur in de Sint-Mauruskerk van Holsbeek uitgezonden op Radio Maria Vlaanderen. Heel wat parochianen uit onze federatie luisteren regelmatig. Met een de DAB+-radio is het goed te beluisteren en ook via www.radiomaria.be.
Wie televisie kijkt met een decorder van Telenet kan via kanaal 912 ook luisteren.
Op woensdagmorgen om 8.30 uur bidt Pastoor Penne ook het kerkelijk ochtendgebed voor op Radio Maria.
Voor veel mensen is Radio Maria (met als studio in de kerk van Egenhoven) een grote rijkdom voor hun geloofsleven. Probeer het ook eens.

DURF UW KERKELIJKE UITVAART VASTLEGGEN!
In de afgelopen tijd was er in elk van onze parochies wel eens verontwaardiging omdat mensen van wie bekend was dat ze gelovig en kerkelijk waren geen kerkelijke uitvaart kregen van hun nabestaanden. Dikwijls was het zo dat het een weduwe of weduwnaar was van wie de partner wel een kerkelijke uitvaart had gekregen en nu de laatste van het echtpaar overleed, kreeg deze van de nabestaanden geen kerkelijke uitvaart. Heel dikwijls hoor je dan: “Dat kan toch niet de wens geweest zijn van die overledene”. Heel wat gelovige mensen vragen zich af: ga ik van mijn kinderen of familieleden nog een kerkelijke uitvaart krijgen?
Als u zeker wil zijn dat er na uw overlijden gebeurt wat uw wens is, dan is het gemakkelijk op te lossen. U gaat naar het gemeentehuis en u laat gewoon vastleggen dat u een kerkelijke uitvaart wil, of u begraven of gecremeerd wilt worden en op welke begraafplaats u wilt begraven of bijgezet worden. Wanneer u het daar vastlegt, dan zal er gebeuren wat u het wilt. Leg uw wensen daarrond duidelijk vast, ook al vermoedt u dat uw familieleden het wel weten en zullen doen. Heel wat mensen zijn in de afgelopen tijd al naar het gemeentehuis gegaan en hebben dat gedaan. Er zijn geen kosten aan verbonden en het stelt mensen gerust.
Gewoon doen!

NOVEENKAARSEN
Veel mensen branden graag een noveenkaars, een kaars die negen dagen brandt. Vanaf Lichtmis zullen er in onze kerken overal noveenkaarsen voorzien worden. Voor elke parochie is er een eigen noveenkaars gemaakt:
 Voor Holsbeek Sint-Maurus met een afbeelding van Onze Lieve Vrouw van Holsbeek, zoals ze ook in het gemeentewapen staat;
 voor Kortrijk-Dutsel met de afbeelding van “ons” beeld van de heilige Catharina;
 voor Sint-Pieters-Rode met de afbeelding van het Mariabeeld uit de kerk en van “ons” beeld van de heilige Wivina;
 voor Nieuwrode met de afbeelding van het beeld van de heilige Lambertus dat vooraan in de kerk staat.
Tijdens de vieringen van 3 en 4 februari zullen we de kaarsen voorstellen en vanaf dan zijn ze ook beschikbaar, aan 3,50 euro per stuk. Misschien ook mooi om eens weg te geven, zo een kaars met de afbeelding van iets uit het eigen dorp.

BIJ ONS GEDOOPT
Op zondag 22 oktober werd in onze Sint-Catharinakerk door Pastoor Penne gedoopt: Mirthe Verheyden, dochter van Jonas Verheyden en Lore Kennis; zij wonen op de Roostweg. Peter en meter zijn Paul Verheyden en Els Verhoogen.
Op zondag 10 december werden in onze Sint-Catharinakerk gedoopt: Amélie en Enora De Glas, dochters van Yves De Glas en Lieselot Awouters uit de Geremtestraat. Peter en meter van Amélie zijn Daan De Glas en Anneleen Awouters. Peters van Enora zijn Bert Van de Vorst en Sascha Mispoulier.
Op zondag 18 februari was het druk in onze Sint-Catharinakerk: pastoor Penne doopte er niet minder dan drie kinderen!
Eerst was er Clara Snaet, dochter van Joris Snaet en Valérie Herremans; zij wonen op de Houwaartsebaan. Peter en meter zijn Steven Snaet en Anne De Groof.
Ook Vic Bosteels werd er gedoopt; hij is de zoon van Kristof Bosteels en Katrien Verbeek, van de Geremtestraat. Peters zijn Dave Bosteels en Geert Verbeek.
En tenslotte was er ook Cisse Elsen, zoon van David Elsen en Cindy Janssens, van Gobbelsrode. Peters en meter zijn Luc Elsen, Rudy Elsen en Greta Van Orshoven.
Gods Zegen voor deze gezinnen.

BIJ ONS GETROUWD
Op zaterdag 16 juni gaven Tim Lahey en Liesbeth Massagé in onze Sint-Catharinakerk tijdens een eenvoudige plechtigheid elkaar het ja-woord in een kerkelijk huwelijk. Getuigen waren Goeroen Maaruf, Caroline Franck, Laura Geuens en Stijn Horemans.
Gods Zegen voor hun toekomst.

AUTOZEGENING IN KORTRIJK-DUTSEL
Op zaterdag 9 juni was er voor het eerst een autozegening aan de kerk van Kortrijk-Dutsel. Een uur lang konden mensen hun voertuig laten zegenen. 35 auto's en een tiental fietsers kwamen langs om hun voertuig te laten zegenen. Er is dus duidelijk behoefte aan en we zullen het volgend jaar weer aanbieden...

OKRA 55 + / Kortrijk-Dutsel
Na verschillende mooie lentedagen hoopten we dat de zon ook op vrijdag 1 juni van de partij zou zijn, voor onze daguitstap naar Waterloo. Maar neen, de regen maakte het rijden niet eenvoudig, maar iedereen geraakte veilig ter plaatse. We bezochten eerst het "Memorial 1815", waar Peter uitleg gaf over het verloop van deze veldslag. Daarna trotseerden we de regen en de vele trappen om tot aan de leeuw te klimmen. Wat een indrukwekkend beeld en, ondanks het miezerige weer, wat een fantastisch uitzicht. De regen bleef spelbreker en daarom werd er beslist om huiswaarts te keren. Toch was het een fijne dag. Samen op stap is steeds gezellig.
Volgende keer vertellen we over de gewestuitstap van 12 juni naar Doornik, één van de oudste steden van België.
Kijken jullie al uit naar onze volgende maandelijkse bijeenkomst?
Op woensdag 27 juni komen we voor het laatst samen voor de grote vakantie en dan maken we de afspraak om jullie terug te zien op de barbecue van woensdag 22 augustus.
Graag tot dan.

BIJ ONS GETROUWD
Op zaterdag 23 juni hebben in onze Sint-Catharinakerk Roel Scheys en Evelyn Minet uit Wilsele elkaar het ja-woord gegeven in het Sacrament van het kerkelijk huwelijk. Getuigen waren Hilda Van den Broeck en Magali Minet.
Gods Zegen voor hun toekomst.

OKRA 55+ Kortrijk- Dutsel
Op maandag 18 juni was het feest, want onze lijndansgroep KaDans bestaat reeds 10 jaar. We willen hier alle aanwezigen nog eens van harte feliciteren!
Lena Van Cauwenbergh startte deze groep met enkele mensen in 2008 en vandaag vieren we deze verjaardag met wel 35 dansers.
We begonnen de dag om 10.00 uur en Lena liet ons kennismaken met enkele dansen uit de beginperiode. We keken naar foto's van lang en minder lang geleden en draaiden enkele filmpjes van optredens. We konden alleen maar vaststellen dat het goed geweest was.
Ook werd ons een heerlijke maaltijd aangeboden door het OKRA-bestuur. Dank hiervoor!
Om 14.00 uur nam Sonja de fakkel over en dan klonken er al snel mooie countrydeuntjes en moderne melodieën in de gildezaal. Tijdens de pauze werden we nog getrakteerd op taart of een stuk biscuit. Een groepsfoto mocht natuurlijk niet ontbreken.
Natuurlijk waren er ook genodigden uit vroegere tijden en ook zij vonden het een geslaagde dag.
Dank aan iedereen die deze dag hielp realiseren. Wie zin heeft om mee te dansen is steeds welkom op maandagnamiddag van 14.00 tot 16.00 uur in de gildezaal.

Nog OKRA-nieuws: we willen jullie laten weten dat we op woensdag 22 augustus een barbecue houden voor alle leden van OKRA 55+ - trefpunt Kortrijk-Dutsel. Inschrijven is wel noodzakelijk en kan bij het bestuur, liefst voor 10 augustus. De deelnameprijs is 16 euro p.p. en drank is afzonderlijk te betalen.

Geniet ondertussen van de mooie zomerdagen en maak er een verkwikkende vakantie van.
Tot later.
Irène vdb



SINT-HATABRANDUS
In 1705 richtte de toenmalige pastoor van onze parochie, E.H. Adrianus De Vaddere, de ‘Broederschap van Sint-Catharina, Sint-Marcoen en Sint-Hatabrandus’ op. In de loop van dit jaar zullen we op deze bladzijden een aantal bijdragen wijden aan dit trio. De Broederschap zelf is een onderwerp voor in een verdere toekomst.
De eerste van ‘onze’ heiligen die aan bod komt is de Heilige Hatabrandus, oftewel: Hatebrand, zoals zijn naam eigenlijk was.
In mei 2001 werd ik aangeschreven door een heer uit Uithuizermeeden, in de Nederlandse provincie Groningen. Deze heer, Doctorandus Edze de Boer, werkte aan een ‘boerderijenboek’ (dat in 2004 werd uitgegeven met als titel “De stichter, de stukken, de schenkers van het Benedictijnenklooster Feldwerd of het Oldenklooster bij den Dam’). Zijn zoektocht naar informatie over de stichter van dit klooster, een boerenzoon uit Holwierde met de naam Hatebrand, had hem tot in onze parochie gebracht. Waarom? Omdat zich in onze kerk een relikwie van de heilig verklaarde Hatebrand zou bevinden. In de zomer van 2001 brachten de heer de Boer en zijn echtgenote een bezoek aan onze kerk om de relikwie te zien, maar die bleek helaas onvindbaar. De kennismaking daarentegen was zeer aangenaam en in de loop van 2001 en 2002 heb ik de heer de Boer ruime informatie kunnen verschaffen in tekst en beeld over de in onze parochie gestichte Broederschap.
De relikwie echter – hoewel we van oudere parochianen wisten dat ze wel degelijk in onze kerk aanwezig geweest was en dat er ten tijde van pastoor Meeus mee gezegend werd – bleef al die tijd onvindbaar. Maar we hadden duidelijk niet grondig gezocht, want enkele weken geleden vond onze ijverige nieuwe koster, Kai Nieling, in de verste uithoek van een kast een sigarendoosje met acht of negen relikwieën, waarbij ook de gezochte relikwie van Sint-Hatebrand.
Dit heuglijke feit heb ik meteen meegedeeld aan de heer de Boer (blij dat dit nog kon, want de man is ondertussen bijna 92 jaar). Zijn reactie en die van andere Groningse historici was zeer enthousiast. Hier komt ongetwijfeld nog een vervolg op.
Tot zover het verhaal dat zich nu afspeelt. Vanaf volgende week gaan we ver terug in het verleden. Dan leest u in enkele afleveringen het verhaal van Sint-Hatabrandus en zijn wedervaren tot in Kortrijk-Dutsel, zoals het geschreven is door Drs. Edze de Boer en met zijn volle instemming met de publicatie in ons parochieblad.
(Leon Thuys)

HATEBRAND VAN FELDWERD
Grondlegger van de Benedictijnenkloosters in Groningen en Oost-Friesland

Zoals vorige week aangekondigd, krijgt u vanaf vandaag de bijdrage over de H. Hatabrandus, geschreven door Drs. Edze de Boer.

Deel 1
Hatebrands geboortejaar is onbekend. Het ligt in het begin van de tweede helft van de 11e eeuw, zo omstreeks 1150. Zijn ouders Alundus en Tetta, waren kleine boeren. Ze woonden op een wierde – een woonheuvel die opgeworpen werd tegen overstromingen van de Noordzee, of misschien beter de Waddenzee – die Katmis heette. Dit dorpje ligt in de landstreek Fivelingo in de provincie Groningen. In Hatebrands tijd was Fivelingo één van de zogenaamde Friese Zeelanden. Wat Katmis – in de Middeleeuwen geschreven als Kaftminze - betekent is onbekend, maar geleerden denken dat het zoiets als ‘onbeduidende wierde’ moet zijn.

Het huwelijk van Alundus en Tetta werd aanvankelijk niet gezegend met kinderen en dat maakte dat Alundus een afkeer kreeg van zijn vrouw en wegtrok naar een ander dorp in dezelfde regio en daar in dienst trad van een aanzienlijk heer.
Nadat hij deze een aantal jaren uitmuntend had gediend verscheen hem ’s nachts in zijn droom een engel die hem zei dat hij naar zijn vrouw terug moest keren. Indien hij aan dit bevel gevolg gaf, zou hij toch nog een zoon krijgen. Alundus gehoorzaamde en zijn vrouw, die blijkbaar in zijn afwezigheid de boerderij had beheerd, ontving hem hartelijk in hun huis.
Inderdaad baarde Tetta na enige tijd een zoon die zij ‘Hatebrand’ noemden. Blijkbaar was deze goed van verstand want hij ging naar school. Dat was heel wat in die tijd. Misschien ging hij eerst bij de pastoor van het vlakbij gelegen Holwierde ter school en later bij die van Appingedam, maar dat weten we niet. Wat we wel weten is dat hij monnik werd in het Benedictijnenklooster van Utrecht.

Toen zijn vader en moeder waren overleden gebruikte hij zijn erfdeel, een dertiental grazen land – gras is een Friese landmaat en is ca. 0,44 ha – om een klooster te stichten. Het werd een dubbelklooster, d.w.z. een klooster voor zowel mannen als vrouwen, die natuurlijk wel gescheiden moesten leven. In de loop der eeuwen werd het meer een vrouwenconvent onder leiding van enige priesters.
In het begin ging het niet zo goed met het klooster. Vele mensen die intraden begrepen de orderegels niet altijd en Hatebrand, die aan de ene kant streng en rechtvaardig wilde zijn en aan de andere kant ook begreep hoe moeilijk het voor de mensen was het kloosterleven in al zijn facetten te aanvaarden, kreeg het zwaar te verduren. Er werd zelfs een aanslag op zijn leven gepleegd, maar door God gewaarschuwd, nam hij voorzorgsmaatregelen. Hij deed een ijzeren pot onder zijn capuchon en zo overleefde hij een ferme slag op zijn hoofd. De voortdurende strijd van onze charismatische abt tegen bijgeloof en voor de handhaving van de orderegels in die beginjaren, maakte dat een zeer goede monnik uit het klooster wilde vertrekken, omdat hij zich stoorde aan de levenshouding van anderen. Gelukkig kon Hatebrand hem overhalen om te blijven, want vanzelfsprekend had hij de steun van zulke mensen juist erg nodig.
Volgende week: deel 2.
HATEBRAND VAN FELDWERD
Grondlegger van de Benedictijnenkloosters in Groningen en Oost-Friesland

Deel 2
Na enige jaren ging het beter met het convent en zag Hatebrand kans nog andere kloosters te stichten, namelijk een in Oost-Friesland, ‘Merehusen’ genaamd en een in de nabijheid van de stad Groningen: ‘Thesinge’ of ‘Germania’ genoemd.
Eens op een visitatietocht van Hatebrand naar Merehusen vroeg een vrouw hem haar te genezen van de voortdurende pijn in haar arm. Na Hatebrands gebed tot God was de vrouw haar pijn kwijt en zij verkondigde haar genezing over heel de streek. Zodoende bracht ze de abt grote bekendheid. Ze bracht hem ook in verlegenheid, want bescheiden als hij was, meed hij alle roem en eer en wilde niets liever dan zijn Heer op een onopvallende manier te dienen. In de Sint-Andrieskerk in Antwerpen vonden we een afbeelding van de Heilige, een vrouw genezend.

Hatebrand is blijkens de overgeleverde abtenlijst van het klooster in 1183 overleden. De geschiedenis van het klooster verdwijnt dan grotendeels in de mist van het verleden. We horen nog een beetje van de opvolger van Hatebrand, genaamd Reindo, en van het inzamelen van geld om een schip te kunnen uitzenden met kruisvaarders (1227). Soms zijn er in archieven nog stukken die van het klooster spreken, maar die zijn niet talrijk.

Eigenlijk begint de geschiedenis pas weer uit de mist op te doemen in de 16e eeuw. Deze eeuw was voor het klooster rampzalig. Het leed onder het geweld van de oorlog tegen Spanje, vooral tussen 1580 en 1594. Toen prins Maurits van Oranje in 1594 de provincie Groningen veroverde, werd het gewest toegevoegd aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en werd de Rooms-katholieke godsdienst verboden. Alle kloosters – dus ook Feldwerd - werden opgeheven. Hun bezittingen werden geconfisqueerd door de provincie. De monniken en nonnen kregen een jaarlijkse uitkering, die betaald werd uit de huuropbrengst van de in beslag genomen landerijen.

De laatste abt, Herman van Dokkum, bleef in het vervallen klooster wonen en voorzag in zijn onderhoud door als boer land van zijn eigen klooster te huren van de provincie. Bij het werk werd hij geholpen door zijn vroegere koe-proost. Dat was iemand die in betere tijden de boerderij van het klooster beheerde. Er bleven ook een paar nonnen in het convent wonen en werken. Herman van Dokkum stierf in 1608. Op dat tijdstip waren er maar drie nonnen meer in het klooster.

Deel 3
Wonderlijk genoeg begint hier eigenlijk de geschiedenis van Hatebrand opnieuw. Althans de geschiedenis van zijn relieken. Want wat gebeurde?

Ik stel het me zo voor: de kloosterlingen van Feldwerd waren na de dood van hun abt volkomen op zichzelf aangewezen. Hun eigenlijke werk konden ze niet meer doen. Hun kerk was de laatste jaren zo zeer geteisterd door guerrilla-activiteiten van de Spaanse of de Staatse troepen, dat er geen eredienst meer gehouden kon worden. Hun land, zo’n 1200 ha, waren ze kwijtgeraakt en hun geloof mochten ze niet meer openlijk belijden. Wat hadden ze dan nog om voor te leven? Wel ze hadden nog het gebeente van de door hen diep vereerde Heilige Hatebrand. Zijn nagedachtenis mocht niet verloren gaan. Die wilden ze niet door de reformatie bezoedeld zien.

Na de dood van de subpriorin heeft een van de twee nog overgebleven conversen, Joanna Dirricks, de bijstand ingeroepen van iemand uit Appingedam, genaamd Nicolaas Jaspers, misschien een koopman die ze kende. Met zijn hulp haalden zij en haar medezuster de botten van de heilige uit de tombe. Ze gaven die mee aan de Appingedammer met de opdracht de relieken van hun Heilige in veiligheid te brengen. Als bewijs dat deze gebeenten inderdaad van de Heilige Hatebrand van Feldwerd waren, gaven ze zijn op schrift gestelde levensbeschrijving, zijn vita, mee. Bovendien voegden zij een lijst van de abten van het klooster toe.

Het was een gunstige tijd voor Jaspers om te reizen. In 1609 was er een Bestand gesloten tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden; dat zou duren tot 1621. Zo kon de koopman rustig naar Antwerpen reizen met zijn kostbare last. Daar gaf hij het gebeente af aan de prior van het Sint-Salvatorklooster, samen met de vita en de lijst. Dat was in elk geval voor 17 januari 1620. Wij weten niet of hij de opdracht had de relieken juist naar dat klooster te brengen of dat het zijn eigen initiatief was.

Maar de prior was niet zo gelukkig met de relieken. Hij hoefde er niet zo nodig nog meer, want zijn klooster bezat al de relieken van 35 andere heiligen. En hij geloofde niet direct in de echtheid van het een en ander. Daarom vroeg hij raad aan de bisschop van Antwerpen, Johannes Malders. Die stelde een commissie van geleerden in, die de zaak moest onderzoeken. Die oordeelde dat het allemaal echt was. Zij kwam tot de conclusie dat het gebeente van Hatebrand van Feldwerd naar Antwerpen was gebracht in 1617 en als echt erkend moest worden. Dat deed de bisschop in 1620.

HATEBRAND VAN FELDWERD
Grondlegger van de Benedictijnenkloosters in Groningen en Oost-Friesland

Deel 4
Hoewel de oorspronkelijke vita, alsook de abtenlijst zijn zoek geraakt, kennen we ze toch. Ze zijn namelijk gepubliceerd in een kritische studie van de Jezuïet Du Sollier (Sollerius) die hij uitgaf in 1731 in de ACTA SANCTORUM, het zevende deel over de maand juli.

Ook Du Sollier komt tot de conclusie dat er in 1620 wel degelijk sprake was van de relieken van de Heilige Hatebrand, al beklaagde hij zich erover dat hij bij informatie in Groningen, zo weinig over Hatebrand gewaar kon worden. Gelukkig kon hij de gegevens waarover de bisschoppelijke commissie indertijd beschikte, ook inzien. Ze gaven hem de overtuiging dat het onderzoek goed was gedaan en dat de relieken inderdaad van Hatebrand moesten zijn. Ook wij kunnen de stukken verifiëren, misschien zelfs beter dan Du Sollier. Zo was er in het voorgaande sprake van een non genaamd Johanna Dirricks. Zij was inderdaad non in Feldwerd, want haar naam komt voor op de lijst van uitkeringen aan kloosterlingen na 1594. Die lijst kende Du Sollier niet. Er is tegenwoordig ook geen enkele geleerde meer die twijfelt aan de echtheid van de relieken van Hatebrand.

De omzwervingen van de relieken van Hatebrand waren hiermee nog niet ten einde. Het Sint-Salvatorklooster, ook wel Klooster Pot genaamd aan de Potstraat in Antwerpen, werd opgeheven in de Franse tijd. Het gebeente van de Heilige werd daarop naar Mortsel gebracht. Rechts van het hoogaltaar van de Sint-Benedictuskerk treffen we zijn reliekschrijn aan. Zowel op het schrijn zelf als boven de nis waarin het is geplaatst lezen we de letters S H; het engeltje onder het schrijn draagt de tekst ‘custodit Dominus ossa eorum’ (de Heer waakt over hun gebeente / L.T.) Volgens de eerwaarde W. Janssens, pastoor van Mortsel (in 2001, L.T.), is waarschijnlijk het grootste gedeelte van het gebeente in het priestergraf, rechts naast de ingang van de kerk, begraven. (De huidige pastoor van Mortsel, E.H. Tom Schellekens, bevestigt dat het priestergraf, met onberoerde inhoud, nog steeds aanwezig is, maar thans niet meer zichtbaar, want verdwenen onder betegelingswerken rond de kerk / L.T.).
Een klein gedeelte echter van het gebeente werd afgestaan aan de Sint-Andrieskerk in Antwerpen en gevoegd bij de reeds genoemde relieken van 35 andere Heiligen, die ook door deze kerk van het Sint-Salvatorklooster waren overgenomen. Zo komt het dat deze Sint-Andrieskerk in haar mooie schrijn de relieken van de 36 Heiligen bewaart.

Een ander deeltje van Hatebrands’ relieken kwam in het bezit van de abdis van ‘O.L.Vrouwe Wijngaert onder de Borght tot Loven’. Daar werd de reliek verheven op 1 mei 1708. Bij schrijven van 15 juni 1733 verleende de aartsbisschop van Mechelen honderd dagen aflaat aan eenieder die elke dinsdag in de Stiftskerk bij deze relikwie zou bidden tot verheffing van Maria en de Heilige Kerk.

Het schijnt dat ook het Dominicanerklooster in Lier relikwieën van Hatebrand bezat, maar dat klooster is opgeheven en ik heb nog niet kunnen achterhalen waar die relieken zijn gebleven.

Deel 5
Blijkbaar bezat ook juffrouw Carolina Theresia du Bois, dito van den Bosch en begijn te Brussel een reliek van de Heilige. Immers zij schonk op 14 juni 1704 een koperen kistje, opvolgend verzegeld door de Antwerpse bisschop R. Coels, de Mechelse aartsbisschop H.G. Precipiano en door B. Weerts, abt van het St. Salvatorklooster, aan de eerwaarde heer pastoor De Vaddere van Kortrijk-Dutsel met daarin de relieken van de Heilge Marculphus (geboren te Bayeux, priester te Cautances, stichter van het klooster Nanteuil, gestorven circa 558) en de Heilige Hatebrand.

Pastoor De Vaddere richtte daarop in 1705 de Broederschap van de ‘Heylige Noodtvrienden S. Marcoen, S. Catharina ende S. Hatabrandus’ op. Hij maakte daarvoor een prachtig register van leden van de Broederschap. Het is nog steeds aanwezig in de archieven van de Sint-Catharinakerk. Het is een kostelijk boek, waarop de parochie Kortrijk-Dutsel zeer zuinig moet zijn. Het verdient een permanente tentoonstelling in de kerk. Wel goed beveiligd natuurlijk! Misschien na de restauratie van de kerk? Ik prijs mij gelukkig dat ik het boek heb mogen inzien en er zelfs enige foto’s mocht van maken.
(Dit schreef de heer de Boer in 2001. Op 16 augustus 2017 werd het boek overgedragen aan de Leuvense afdeling van het Belgisch Rijksarchief, samen met de oude parochieregisters van dopen, huwelijken en uitvaarten. – L.T.)

Helaas moest pastoor De Vaddere in hetzelfde jaar dat hij zijn broederschap oprichtte al in het ledenregister schrijven over de vierdaagse plundering van zijn dorp door Engelse en Hollandse troepen als gevolg van de Spaanse Successieoorlog. (1701-1713/14 tussen de leden van het Groot Haags Verbond tegen Lodewijk XIV van Frankrijk, die de Zuidelijke Nederlanden binnen viel. Deze werden na die oorlog bij Oostenrijk ingedeeld.) De bewoners vluchtten en volgens de pastoor werden de relieken ‘tusschen het dack van de affhanghen der kerke verborghen’. Daar zijn ze gebleven tot de bevolking terugkwam, zo bericht hij.
Tot zover het verhaal over de relieken van Hatebrand.

Dit was het verhaal – het opstel, zoals hij het zelf noemde - dat de heer Edze de Boer voor ons schreef in september 2001, na zijn bezoek aan ons dorp en onze kerk, in zijn zoektocht naar de relikwieën van de H. Hatebrand / Hatabrandus. Als afsluiting van deze serie vermelden we kort nog wat informatie over de heer de Boer. (L.T.)

Edze de Boer, geboren 1926 te Katmis, in de gemeente Bierum (provincie Groningen), heeft gestudeerd voor onderwijzer en heeft als zodanig in Noord-Groningen gewerkt. Na zijn pensionering ging hij geschiedenis studeren aan de universiteit van Groningen. Hij studeerde af in 1993 op een scriptie over de briefwisseling tussen de regering in Brussel en de plaatsvervangende stadhouder Karel V in Groningen: Maarten van Naarden (circa 1490-1567).
Hij werkte mee aan de totstandkoming van het Bierumer Boerderijenboek, een uitgave ui 1966 van de Stichting Boerderijenboek, gemeente Bierum. Dat boek beschrijft de geschiedenis van 156 boerderijen, waarvan er diverse tot het kloosterbezit van Feldwerd behoorden. In 2001 bereidde hij een publicatie voor over Hatebrand en de overgeleverde documenten van diens klooster. Vandaar zijn belangstelling voor de Sint-Catharinakerk van Kortrijk-Dutsel.